Nou, WIJ hebben hier tenminste geen tornado’s.
Over 4 weken alweer de langste dag!!!!
Sterkte
rené
PS: foto’s allemaal van vandaag, maar dat spreekt.
Nou, WIJ hebben hier tenminste geen tornado’s.
Over 4 weken alweer de langste dag!!!!
Sterkte
rené
PS: foto’s allemaal van vandaag, maar dat spreekt.
Vandaag zag ik in een oude krant toevallig dat Kaapstad 6 miljoen euro moest bezuinigen en dat deed door in allerlei posten te snijden die met b.v. het ambtenaren-apparaat samenhingen maar dat ze extra geld uittrokken voor de verbetering van de townships. Rond Kaapstad is een uitgestrekte vlakte totaal volgebouwd met wrakkige hutjes.
Elders zag ik reeds verbeterde townships met name die rond Barrydale (laatste foto), dat was eigenlijk gewoon een zwart wijkje met erg kleine huisjes. Ook zag ik een nieuw-gebouwd township: kleine huisjes, gelijkvormig, op dezelfde afstand van elkaar, een veld van 100 x 100 meter op die manier volgepropt, het zag er uit als een barakkenkamp, naargeestiger nog dan de chaos van die zelfgemaakte golfplatenhuisjes. Eentje WAS zelfs een barakkenkamp, zie foto 5.
Harry en Albert wonen op hemelsbreed 500 meter van het Mandelapark ( foto 1) , ook een township. Ieder huis erbuiten is flink beveiligd, zij hebben zelf b.v. een, zeker 400 meter lang, hoog hek dat flink onder stroom staat, en ze zijn zoals iedereen lid van “ADH”, armed response. ‘s-Avonds gingen er schuifhekken voor de ramen, het wende wel snel moet ik zeggen. Dat was in Barrydale allemaal niet nodig, daar antwoordde de B&B eigenaar op mijn opmerking dat ik het gevaarlijk vond dat mijn raam, bijna aan de straatkant, niet sloot: hier wordt nooit ingebroken.
In Hout Bay zag je op allerlei kruispunten mensen zitten die je voor werk kon inhuren, ook vlakbij Mandela-park natuurlijk, kennelijk veel werkeloosheid. Onder de zwarten tenminste, ik heb daar nooit een blanke tussen gezien. Harry en Albert hebben zelf permanent een man in dienst die dankzij die vaste baan bij hen uit het township kon en elders een kamer huurt met zijn vrouw.
Omdat de arbeid zo goedkoop is zie je overal een overdosis aan personeel, b.v. bij de wegwerkers. Voor en na elke opbreking b.v. staat altijd een meestal jonge man de hele dag met een rode vlag te zwaaien om de automobilisten te waarschuwen, in onze ogen een nogal vernederend klusje.
Je kon in het Mandelapark trouwens een guided rondtour krijgen, betaald natuurlijk, maar dat heb ik niet gedaan, vond ik toch teveel “apies kijken”. De meeste van de weinige foto’s die ik van townships heb zijn vanuit de auto genomen, meestal rijdend.
groetjes
rené
Toetje van gisteren, maar nog niet bedorven.
De eerste is van Carel Willink, op de moderne afdeling, hing tegenover het zelfportret van Pyke Koch, foto 2.
groeten
rené
Een van de bekendste zelfportretten van Rembrandt. Wat ik niet wist is dat hij maar ongeveer 4 cm bij 4 cm meet!!:
Zelfportret van Jan Gregor van der Schardt, 1530-1581. In 1573 in Neurenberg gemaakt!!:
van Gogh dus:
Nog een Rembrandt:
Ja als ik spiegels zie maak ik ze vaak, je krijgt altijd wel aparte foto’s vind ik. Ik was de enige niet overigens: bij nader inzien vind ik hem niet bij de rest passen en heb ik mijn eigen zelfportret in een spiegel verwijderd.
Van binnenuit dus. Vanochtend moest ik in de buurt zijn en besloot het er op te wagen: viel mee, qua drukte.
Leuk om de iconen van de oude Nederlandse schilderkunst weer eens te zien, met name Vermeer. En enige Rembrandts, maar die Nachtwacht: ik vind er nog steeds niet veel aan.
Het is inderdaad een mooi gebouw geworden, alles hangt prima belicht, de vleugeltjes met de “nieuwe ” kunst stellen inderdaad weinig voor (2,5 keer niks zou ik zeggen), en het Aziatisch paviljoen is inderdaad prachtig, het tentoongestelde aldaar ook wel.
Al met al vond ik het leuk om er een uurtje rond te banjeren, maar dat was voorlopig wel weer genoeg, hoewel ik niks echt goed heb bekeken, het ging mij meer om de vluchtige indruk en het maken van foto’s natuurlijk, en hoewel ik alleen mijn kleine compactje bij me had vind ik die na bewerking toch redelijk gelukt, beetje caleidoscopisch overigens, met opzet.
Op de eerste foto is de fietsdoorgang onder het museum te zien, tussen de bogen, en dáár onderdoor is weer de verbinding van de twee vleugels van het museum op -1-niveau.
Ideaal museum- en blog-weer trouwens! Morgen een apart item dat ik hier omzeild heb: zelfportretten.
groetjes
rené
Detail van Het Straatje van Vermeer:
De bibliotheek:
Nog niet echt terrassen-weer:
Ja Vermeer dus:
Reflectie van het licht op de spiegels met smeedwerk van een spiegelkast, op de vloer:
Gerard Andriesz Bicker (van het Bickers-eiland in Amsterdam) door van der Helst (van de van der Helst-straten), 1642. Het dikkertje Bicker was hier 20 jaar. Misschien komt hier wel het begrip “lekker bikken” vandaan, oorspronkelijk “lecker bickeren” en later verbasterd tot: “lecker bicken”.
Albert Cuyp, u weet wel, van de markt:
Trap náár en ván een van de “nieuwe-kunst”-vleugels (zich bevindend in beide torens, waar je overigens niks van ziet):
Deze man en vrouw waren waarschijnlijk erg moe, ik kan me tenminste niet voorstellen dat je tien minuten geïnteresseerd naar dit schilderij kunt kijken, er moet iets anders achter zitten. Étalage-benen misschien:
Rembrandt: Jeremia treurend om de verwoesting van jeruzalem, 1630:
Picknick-ruimte, nog niet open:
Jozeph Deutz 1648-1664 (46 geworden dus, ik vond hem er al wat bleekjes uit zien), portret door Michael Sweerts (nooit van gehoord, maar hij kon behoorlijk met de kwast overweg):
Zie ik daar Nora niet zitten???:
Van heinde en verre komen de toeristen (deze is komen lopen):
Filmpje van aangroeiende zoutkristallen, jaren 30:
Koning Willem I, ik ga nog ff kijken of het dezelfde hermelijnen mantel is:
Gewonde KNIL-militair, door Isaac Israëls, 1882:
De volgende drie foto’s in en naast de Aziatische “vleugel”= een betonnen doos op een binnenplaats:
Rembrandt, een van de glas-in-loodjes in de voorgevel:
De glazen vleugel:
Delfts Blauw, niet bespeelbaar:
Hij stond wel recht maar qua vlakverdeling was dit ff beter:
Op een gegeven moment werd het echt druk. Ik had wat in het restaurant willen nuttigen, maar zag al geen tafeltje meer onbezet en nog rijen voor de vitrines ervan. Maar dit zijn Aziaten die aan hun eigen vleugel niet genoeg hadden en naar de Nachtwacht keken terwijl de Schutters (?) weer naar hen keken:
Bijna drie warme zonnige dagen waren mij nog in Hout Bay gegund, met op de tweede dag een onverwacht avontuurlijke wandeling. Harrie had me afgezet op een hoog punt vanwaar ik een alternatieve route naar het strand kon lopen. Hij had het me goed uitgelegd maar ik heb óf niet goed geluisterd óf ik was het vergeten, maar ik nam een steeds gevaarlijker route langs de hoge steile rotsen omdat ik dacht dat je bij een aan de kust vastgelopen kraaneiland kon komen. In het begin ging het nog, maar het pad werd steeds onduidelijker, af en toe een paar stenen op elkaar om de richting aan te geven. Tenslotte was er geen pad meer en kon ik de weg terug ook niet meer vinden, ik was als een soort vlieg tegen de rotsen, zat gevangen tegen de steile rotsen met laag overhangende takken waar ik met mijn rugzak aan vast bleef zitten. Uiteindelijk vond ik het paadje weer terug, maar ja, wel een beetje dom weer.
Daarna was het een en al genieten geblazen, zie foto’s en tekst.
De eerste twee foto’s zijn bijna vanaf het beginpunt: hoge zandhopen, van de andere kant van de baai omhooggeblazen zand, zeker op 200 meter hoogte.
groetjes
rené
Hier belde , tot mijn verbijstering, mijn zus voor het eerst tijdens de vakantie, om te zeggen dat mijn moeder haar knie had gebroken en met haar linkerbeen helemaal in het gips zat. Ik zei dat ik een foto maakte, tijdens het bellen, om het absurditeit van die mededeling t.o.v. de situatie waarin ik me bevond te tonen:
Naar deze kraan was ik dus op weg geweest:
Toen ik weer terug was van de verkeerd uitgepakte tocht naar de vergane kraan zakte ik de berg af naar het scheepswrak. Je ziet het rechts op het schiereiland. Wat je niet kan zien is dat er midden op het schiereiland een soort steile kloof zit, je moest echt tot zeeniveau. Dat heb ik gedaan maar daarom bleef ik niet te lang bij het wrak, ik was bang dat ik bij vloed niet meer terug kon en dacht dat de vloed hier wel eens snel op kon komen. Ik werd toch even weer wat voorzichtiger:
Deze had ik vanuit de verte al gezien:
Maar dit niet, een totale en aangename verrassing. Overigens ook nooit gezien dat ze ZO op hun vinnen konden lopen:
Het is ook wel een beetje aan de foto’s te zien, maar de sfeer was bijna onwerkelijk, verlaten in de wilde natuur, geen woorden voor eigenlijk.
De weg verder naar het strand was makkelijk en wonderschoon. Ik kwam deze grot tegen, ben er in gaan zitten en kwam bijna niet meer weg, in de verte zie je het scheepswrak nog (tweede foto):
En dan tenslotte eindelijk het strand:
Maar dat wist ik nog niet toen ik uit Montagu vertrok. Foto’s van, wat dus later bleek, de laatste echte reisdag. Prachtige weg tot en met de Franschhoek-pas, hoewel ik van de pas zelf niet zoveel gezien heb want het weer betrok en bovenop reed ik af en toe door de regenende wolken.
Ik vond het wel spannend, méér mensen trouwens, gezien de gekantelde vrachtwagen met appels en peren: de chauffeur zat balend terneergeslagen aan de kant van de weg. De racefietser die ik beneden zag bleek boven in de kou en de regen een vrachtwagen als gangmaker te hebben gekozen, ik kwam hem beneden weer tegen.
Na de pas vond ik er niks meer aan, het regende en het werd steeds bebouwder. Ik belde Harrie en Albert om naar het adres van hun vrienden te vragen die in Kaapstad een B&B hadden, maar ze boden aan dat ik de laatste drie dagen bij hen kon doorbrengen. Ik zou in eerste instantie alleen de laatste dag komen, dan was Albert al naar Nederland, maar de eerste week dat ik daar al was bleek niet slecht bevallen, vandaar.
De laatste pakweg 40 kilometer was afschuwelijk: drukke 4- tot 8-baansweg, de N 1, terwijl ik binnendoor had willen gaan over gezellige weggetjes, maar dat bleek veel te ingewikkeld. In Kaapstad, waar ik nog even uitstapte, begon de hemel open te trekken en tegen Houtbay aan maakte ik nog een prachtige foto van de vanaf de kust binnendrijvende wolken.
groetjes
René
Terug in Kaapstad:
Vlakbij Houtbay:
Midden in Montagu huisden rondom een kunstmatig meertje honderden vogels, voornamelijk ibissen, maar ook witte reigers en aalscholvers. Het stonk er overweldigend, het leek me geen pretje om daar in de straat te wonen.
Nieuw leven en de dood gaan er hand in hand, net als in heel Afrika, en overal eigenlijk waar de laatste niet weggestopt wordt.
Groetjes
rené
Ik wil toch nog een stuk of 4 blogs aan Zuid-Afrika wijden.
Montagu was een stadje dat ik na Barrydale wilde aandoen, niet ver rijden trouwens. De enige reden was dat ik er een mooie wandeling wilde maken, nou, dat heb ik geweten.
Veel te laat, om 12.00 u. (op dezelfde dag dat ik uit Barrydale was vertrokken en na snel een B&B gevonden te hebben), begon ik aan de wandeling van 12 kilometer. Je moest een gering bedrag betalen en je handtekening zetten. Ik zag dat er die dag nog niemand was geweest, de dag ervóór maar twee personen. Ook werd gevraagd of ik wel een goede conditie had, ja zeg, waar bemoeien ze zich mee!! Ik begon zo laat dat ik de sluitingstermijn niet kon halen, dus als er iets zou gebeuren zou niemand het weten want de juffrouw aan de ingang ging om 5 uur naar huis.
Ik had aangenomen dat de wandeling dóór de Cogmanskloof ging, en had me voorgesteld dat die langs een riviertje zou gaan waar mooie vogeltjes zouden zitten. In plaats daarvan ging het in de brandende zon RECHT omhoog, zware camera op de rug en maar één flesje water. Op een gegeven ogenblik dacht ik echt dat het op een drama uit zou lopen, durfde niet terug maar hield het bijna niet vol om verder te gaan. Tegen de top aan, bleek achteraf “maar” 640 meter, moest ik om de drie meter voorovergebogen staan uithijgen, er kwam geen einde aan.
Nou, toch gehaald dus en de volgende 8 kilometers gingen omlaag. Maar elke keer als het pad ietsjes steeg kreeg ik overal pijn en begon ik meteen te hijgen. Mooi was het wel en ik heb wat fotootjes met mijn kleine cameraatje gemaakt, ik was veel te moe om de grote camera uit te laden.
Op het laatst nog enigszins verdwaald ook, ik heb de ingang nooit meer gezien, maar vond wel de weg naar het dorp terug.
Toen ik terug kwam in het B&B bleken ze mijn spullen naar een andere kamer gebracht te hebben, een weliswaar mooie kamer maar met slechts 1 smal raam waar bezoekers van het restaurant dat er ook was, pal naast zaten te eten. Reden om daar zeker geen twee dagen te blijven.
groetjes
rené
Afgelopen dinsdag, mijn eerste echte stranddag van het jaar, zag ik dit vissencarcas op het strand van Zandvoort.
Weet iemand wat het geweest is?
groetjes
rené
Tandjes uitvergroot:
Nota bene: ik heb een tijdje terug deze vis geplaatst in een blog, het blijkt Zeeduivel te zijn:
Of foto 1 of foto 2 nou het meest toevallig is, ik weet het eigenlijk niet eens.
Op het eerste gezicht zou je zeggen foto 1, want voor foto 2 stond ik al een tijdje te fotograferen, daar bij de uitvallende Prunus-bloesem op het Museumplein.
Ja ik houd het op foto 1, al kreeg ik in dat kwartiertje bij de bomen nooit meer zo’n mooie gelegenheid als met deze dame.
Ik was tevergeefs naar het Rijksmuseum gegaan om 9.00 u., dan zou het nog heel stil zijn had ik van een vriend gehoord: voor beide ingangen stond een rij van pakweg 150 meter, 300 in totaal dus. Vakantie??
Dus weer met een omweg naar huis, daar het Stedelijk pas om 10.00 u. open ging en ik toen niet eens meer zin had om te kijken hoe laat je in het Van Gogh terecht kon.
Omdat ik geen rugzakje mee wilde nemen omdat je dat af moet geven in elk museum en ik niet naar de garderobe wilde, had ik alleen maar mijn kleine cameraatje bij me, kreeg ik toch spijt van.
groeten
rené